Opdracht 4 – What is meaningful learning?
november 24, 2008
Een BIT verslag bevat de volgende onderdelen:
- begrijpen:
o Is de strekking van wat je leest jou duidelijk?
o Is de argumentatie helder en juist?
o Welke vragen heb je n.a.v. de strekking en argumentatie?
- integreren:
o Hoe past wat je hebt gelezen bij jouw eigen ervaringen?
o Heb je voorbeelden of tegenvoorbeelden bij wat je hebt gelezen?
o Welke verbanden zie je met andere onderwerpen of theorieën?
o Wat spreekt je wel/niet aan en wat vind je wel/niet belangrijk?
- toepassen:
o Welke mogelijkheden zie je om wat je hebt gelezen toe te passen in je eigen onderwijspraktijk?
Welke concrete voornemens maak je hierbij?
Begrijpen:
Op de meeste huidige scholen wordt de leerlingen geleerd hoe ze een toets moet maken, doordat en de docent ze verteld wat ze voor die toets moeten weten. Echter leert de leerling hier weinig van, doordat hij niet actief met de stof bezig is. Bovendien wordt de moeilijkheids graad van deze toetsen aangepast aan de resultaten van de school, zodat de leerlingen een goede resultaten behalen ten opzichte van andere scholen. Om ervoor te zorgen dat de leerlingen wel iets leren van de leerstof is het nodig dat zij actief met de stof aan de slag gaan. Ze moeten taken krijgen die ervoor zorgen dat ze actief, constructief, samenwerkend, authentiek en moedwillig gaan leren.
De moderne technology kan helpen om de leerlingen actief met de stof aan de gang te laten gaan. Echter werd deze stof in eertse instantie op de zelfde ouderwetse en verkeerde manier gebracht. Er werd te leren stof door de docent geplaatst die dan door de leerlingen geleerd kon worden. Later werd ingezien dat de computer ook als een productief gereedschap gezien kon worden. Waarop de leerlingen zelf producten konden maken over de lesstof, echter zorgde de komst van het internet ervoor dat de leeringen gingen reproduceren van anderen, in plaats van zelf iets te produceren waarbij er actief geleerd wordt. De computer kan beter gebruikt worden om uit te werken wat de leerling al weet in plaats van wat de leerling aan informatie krijgt van andere bronnen.
Als computers moeten gaan helpen bij een meningvol leerproces dan zal deze moeten veranderen van een één richtings informatiebron in een leer partner. Dit kunnen activiteiten zijn die ervoor zorgen dat leerlingen actief, constructief, samenwerkend, authentiek en moedwillig gaan leren. De computers moeten dienen als een intelectueel gereedschap waarmee de leerlingen een persoonlijke interpretatie en representatie van de wereld kan krijgen. De computer moet ervoor zorgen dat de leerling echt zelf over dingen gaat nadenken, en niet de leerstof gaat reproduceren.
Intergreren:
Wat er in hoofdstuk 1 staat is naar mijn mening slechts gedeeltelijk waar. Het is belangrijk dat leerling zelf over dingen nadenken en een mening vormen. Echter is er ook zeer veel lesstof die als bergip gellerd dient te worden en dus alleen maar gerepoduceerd deint te worden. Als dit niet gebeurt zal er veel oude maar nuttige kennis verloren gaan. Bij biologie kunnen bijde methode gebruikt worden. Een leerling zal uit zijn hoofd moeten leren hoe de fotosythese werkt, echter kan de technology deze leerling wel helpen om de fotosynthese te begrijpen. Bij het thema milieu kan er voor gekozen worden om computers te gebruiken om de leerling te helpen een eigen mening te laten vormen.
Toepassen:
Op dit moment zie ik geen concrete voornemens om technolgy te gebruiken bij mijn lessen. Dit zal automatisch geburen als ik met een onderwerp aan de slag ga, bijvoorbeeld bij het thema mileu. Als dit tijdens dit blok voorkomt zal ik dat op deze blog posten.
Kreidler.
Aanvulling 10-03-2010:
De heer Michiel van Ast had als commentaar op deze opdracht aangegeven dat ik meer moet kijken naar de mogelijkheden van het toepassen van de vijfhoek zoals deze in het ‘What is meaningfulle learing.’ gegeven wordt. Hierbij wordt er dan voornamelijk gedoeld om het toepassen van de vijfhoek met behulp van technische mogelijkheden in de les. Om het even voor mij zelf te herhalen; de vijfhoek gaat over de verhouding tussen activerende , constructive, coöperatieve, authentieke en begeleidende les methode.
Tegenwoordig maak ik gebruik van verschillende technische mogelijkheden in de les. Ik geef vaak les aan de hand van powerpoints waarbij ik gebruik kan maken van de vele mogelijkheden die dit programma biedt zoals het invoegen van aanvullende filmpjes. Een ander zeer interessant programma is C-map. In een C-map kun je heel mooi een conceptmap maken waarin je de verschillende begrippen die tijdens een biologie les naar voren komen kunt verwerken. Je kunt ze in relatie tot elkaar brengen en hierdoor duidelijkheid en overzicht voor de leerlingen creëren. Een voorbeeld van een C-map:

In een conceptmap zijn de belangrijke begrippen aangegeven in de blauwe blokken, de relaties tussen de begrippen zijn hier tussen aangeven door middel van lijnen waar de relaties in staan. Dit is een volledig ingevulde conceptmap maar je kunt deze ook heel goed samen met de klas invullen op zelfs ontwikkelen. Hierdoor ontstaat er een activerende en authentieke les. Leerlingen vinden het leuk om dit te doen. Ook kun je de leerlingen na het maken van een conceptmap de leerstof aan elkaar uit laten leggen. Hierdoor moeten ze er nog bewuster en actiever mee aan het werk gaan.

Ziet er goed uit
Die van mij is een stukkie kleiner geworden hehe
Hoi Bas,
Je schrijft een uitgebreid stuk onder begrijpen, bijna een samenvatting. Dat is prima, zeker als dat jou helpt om het scherp te krijgen. Bedenk wel dat wij het stuk allemaal hebben gelezen, daar hoef je het niet voor te doen.
Met andere woorden: integreren en toepassen is het meest interessant voor jouw lezers (waaronder ikzelf uiteraard). Integreren doeje aardig, je koppelt het aan jouw eigen vakgebied. Inhoudelijk haal je volgens mij twee dingen door elkaar. Begrip en uit je hoofd leren zijn twee verschillende zaken! Je kunt ook dingen leren begrijpen door ‘te doen’, door ‘te samenwerken’ etc. Uit onderzoek blijkt dat ‘stampen’ erg inefficiënt is, maar dat het andere juist leidt tot meer begrip en langer beklijven. Maar ik daag jouw medestudenten uit daar op te reageren.
Toepassen is wat te gemakkelijk, wat mij betreft. Doe je NIETS met technologie? Zie je geen toepassingen van de ‘vijfhoek’? Ik daag je uit om daar iets meer van te maken!!
Overigens maak je erg veel spel- en grammaticafouten. Probeer dat te voorkomen!
Groet,
Michel