Je hebt hopelijk veel (inhoudelijks) geleerd van het bijhouden van je blog en het lezen van de blogs van anderen. Een blog leent zich ook goed voor een reflectieve procesbeschrijving. De blogs in dit project zijn echter openbaar, daarom hebben we er niet voor gekozen de blogs voor het procesverslag in te zetten.

Schrijf op basis van de uitgangspunten in bijlage 3 een individueel procesverslag. Mail dat verslag naar je begeleider of ze het op je MySite en mail hem/haar een link.

 

Komt eraan!

Opdracht 11 – stemkastjes

januari 12, 2009

    In de bijeenkomst hebben we een experiment met stemkastjes gedaan.

  1. Lees van H10 in Jonassen de paragraaf ‘Clicker assessment tools’, pagina 231 tot en met 236.
  2. Bekijk op de website van ICT&E (www.ict-edu.nl, kies dan voor Crossmedia en dan voor E-clips) de twee filmpjes over stemkastjes:
  3. Schrijf op je blog een post over de inzet van stemkastjes in het onderwijs. Gebruik daarbij de ervaring uit de les, de tekst uit het boek én de filmpjes.

Stemkastjes kunnen zeer handig zijn in het onderwijs. Ik zelf zou ze vooral gebruiken voor het geven van SO’s en andere kleine overhoringen. Als bioloog denk dat door de kasjes op die manier te gebruiken, het verbruik van papier in de les terug gebracht kan worden. Verder lijken ze mij erg handig bij een uitleg. Waardoor je even kunt pijlen of de leerligen het een beetje snappen. Doordat iedereen antwoord moet geven, en niet alleen de leerling die zijn vinger opstak, kun je zien wie het wel, en wie het niet begrijpt. Verder kunnen de kasjes ook goed gebruikt worden voor annonieme meningen, bijvoorbeeld in een mentor les.

 

    d.   Lees bij minimaal drie andere studenten de post van deze opdracht en laat een reactie achter.

De volgende bijeenkomst houden we een webconference met een ‘onderwijs en ICT’ expert. Bereid je goed voor op deze webconference!

  1. Zoek op internet informatie op, over de onderwijs en ICT’ expert. Probeer wat achtergrondinformatie over hem/haar en over zijn/haar bedrijf te verzamelen.

 

www.ict-edu.nl

http://onderwijs21.wordpress.com/tag/bob-hofman/

http://web.kennisnet2.nl/thema/ip_vo_docent

http://nl.wordpress.com/tag/bob-hofman/

http://www.hosc.nl/program/speaker.jsp?person=9992

 

  1. Bereid een aantal vragen voor rond het thema ‘expert op afstand’ (en video Conferencing in het bijzonder).

1.       Zal het gebruikelijk worden dat een ‘expert’ via video conference uitleg zal geven aan de leerlingen op een middelbare school.

2.       Biologie is een vak waarbij veel echt materiaal bekeken moeten worden om het goed te kunnen begrijpen, de huidige technologie gaat vaak nog niet goed ver genoeg om goed te kunnen begrijpen hoe iets er nu echt uitziet of voelt. In hoeverre kan de zal de technologie dit authentieke materiaal gaan vervangen?

  1. Schrijf op je blog een post over de video conference. Verwerk in je post wat Jonassen schrijft over videoconferencing.

Met een video conferance kun je gemakkelijk en snel kennis de klas in halen. Ik zie het persoonlijk dan ook voor me dat er een professionele site met bepaalde keuringskenmerken komt, waar de professionals zich aan kunnen beiden en makkelijk te vinden zijn. Zeg maar een soort kennis winkel. Door optijd afspraken te maken kun je hierdoor over een groot extra lessenpakket beschikken voor in de klas. En door leerligen en docenten hun mening te laten geven op een digitale les en dit te publicren kan de kwalitiet gewaarborgd worden. Als er aan deze site een apart deel gezet wordt waar leerling gratis vragen kunnen stillen is er nog een extra voordeel. Ook zou op deze manier leraren zich kunnen aanbieden om een andere docent te helpen in de les. Alle docenten hebben nu eenmaal moeite met sommige onderwerpen, en blinken uit in anderen. De kwaliteit van een les kan door videocoferance dus enorm omhoog gaan. Als hier een goede controle opzit, en ook de juiste technologie is essesntieel.

  1. Lees bij minimaal drie andere studenten de post van deze opdracht en laat een reactie achter.  

 

  1. Lees H3 van jonassen en schrijf er een BIT verslag over op je blog.

 

-          Begrijpen, integreren en toepassen:

Het gaat over hoe leerlingen kunnen experimenteren met technologie, voor lessen hiervoor moeten zij uiteraard een hypothese maken en deze kunnen ze dan met behulp van technologie testen. Hierdoor moeten de leerlingen voorzichtig redeneren, wat zeer belangrijk is om tot de juiste conclusie te komen. Door de technologie kunnen leerlingen dus inzicht in bepaalde dingen krijgen. Als er vooraf geen hypothese opgesteld kan worden zullen de resultaten teruggeredeneerd moeten worden. Er zijn verschillende programma’s die een hypothese kunnen testen. Denk maar aan de programma’s die in een laboratorium worden gebruikt. Ook zijn er programma’s die een hypothese of theorie kunnen uitproberen, voordat deze in het echt uitgeprobeerd word, een simulatie. Een andere vorm van experimenteren met technologie zijn spelletjes, denk bijvoorbeeld aan een vragen spel op de computer. Hierdoor kunnen leerling veel leren. Leerlingen kunnen ook experimenteren in een de huidige moderne spellen zoals World of Warcraft, een virtuele wereld. Ook voor de biologie les zijn er verschillende programma’s die door de leerlingen gebruikt kunnen worden om hun hypothese en/of kennis te testen. Denk bijvoorbeeld aan biolplek.org.

 

  1. Lees bij minimaal drie andere studenten de post van deze opdracht en laat een reactie achter.

 

Bijlage 2 – Forumdiscussie

De onderstaande forum discussie is gevoerd op http://forum.scholieren.com/showthread.php?t=1715208

 

NB. Als je de discussie niet kunt volgen, bijvoorbeeld omdat je onvoldoende van het onderwerp weet, zoek dan zelf een forumdiscussie op. Het moet wel gaan over een schoolvak. Handige zoektermen: forum wiskunde, forum physics, forum fotosynthese, etc

 

Daen:

Ik moet een verslag maken voor natuurkunde van een practicum, daarbij moest ik met wat kabeltjes de het voedingskastje aansluiten op een lampje, een voltmeter, en een ampèremeter.
Daarna moest ik de stroomsterkte (Ampère) opschrijven, en de weerstand (Ohm).
Vervolgens moest ik het lampje vervangen door een weerstand en het vorige proces herhalen.
Ik ben nu bijna klaar met het verslag, ik moet alleen nog de onderzoeksvraag beantwoorden:
“Geldt de wet van Ohm voor het lampje? En voor de weerstand?”
Het probleem is: Ik heb geen flauw idee wat het antwoord is en ik kan ook geen duidelijk antwoord op google vinden.
Mijn vraag: Zou iemand alsjeblieft het antwoord + uitleg willen posten.
Bij voorbaat dank, Daen

 

Dark Dizzie:

Ik neem aan dat je weet wat de wet van ohm is? U=I*R.
Je hebt door een proefje 2 van deze waarden: De weerstand (R) en de stroomsterkte (I). Als je deze invult in de formule dat komt er dus de U uit. Komt deze U overeen met de U die gegeven was, dan geldt dus de wet van Ohm. Op een dergelijke wijze ga je na of de wet van ohm ook geldt voor de weerstand. Snap je het?

 

Illusion:

De wet van Ohm is inderdaad: u = R * i. Je hebt waarschijnlijk met verschillende stromen/spanningen waardes, en dan moet je voor elke waarde nakijken of je daaruit berekende R overeenkomt.
Een mogelijkheid om dat te doen is via lineaire regressie/curve fitting, als je dat al gezien hebt. Indien niet, geen probleem; want het is een manier die toch niet perfect werkt. Een betere manier is voor elk experiment je gemiddelde stroom en gemiddelde spanning te gebruiken in de wet van Ohm. Als je dan een waarde uitkomt die overeenkomt met een opgegeven (nominale) waarde, kan je veronderstellen dat de wet opgaat. Voor de lamp zal je die waarde waarschijnlijk niet hebben, maar daar kan je waarschijnlijk wel het lineair verband tussen i en u vaststellen.
Als je er een grafiek van maakt (in Excel of manueel), zal je het misschien ook goed zien.

Normaalgezien zouden allebei moeten voldoen aan de wet van Ohm, en zou je dat ook moeten zien als je gewerkt hebt met gelijkspanning. Met wisselspanning, moet je iets meer opletten, omdat een lamp een spoel is, en je daar de complexe versie van de wet van Ohm moet gaan gebruiken; maar dat gaat vast en zeker buiten het bestek van je practicum. Als de lamp toch niet zou voldoen, is dat nog aanvaardbaar, maar de weerstand zou moeten voldoen (met wat speling op door eventuele opwarming, maar zo heel veel zou dat niet mogen zijn (al is dat wel mogelijk natuurlijk: er zijn weerstanden die juist gemaakt zijn om veel in weerstandswaarde te veranderen afhankelijk van de temperatuur, bv. thermistors, NTC’s, PTC’s, … en die kan je gebruiken om bv. een brandveiligheid in te bouwen in een apparaat of al eenvoudige meting van de temperatuur voor bv. een thermostaat).

 

Kazet:

Zou moeten voldoen? Is een lamp niet het schoolvoorbeeld van een niet-Ohmse weerstand?
Hoe dan ook, wat je kunt doen is het volgende: varieer de spanning en meet de stroom, of varieer de stroom en meet de spanning. Als je een recht evenredig verband krijgt tussen de spanning U en de stroom I, geldt dat de weerstand Ohms is. De evenredigheidsconstante (=helling) van je grafiek is dan R, mits je U uitzet op de y-as en I op de x-as.

 

Illusion:

Hmm, je hebt eigenlijk wel gelijk. Al hangt het er natuurlijk van af in welk gebied je metingen gaat doen. De wet van Ohm is immers een linearisatie van het eigenlijke geval (een weerstand zal immers ook nooit perfect ohms zijn). Dus dat gaat in 99% van de gevallen wel opgaan als je binnen een klein genoeg gebied blijft (bij een ohmse weerstand is dat gebied natuurlijk veel groter dan bij de lamp zoals je geheel terecht opmerkt). Ik ben niet echt gaan opzoeken wat het U~I-gedrag is van een lampje, maar herinner me vooral dat het in handboeken vaak als voorbeeld gebruikt wordt bij het uitleggen, dus veronderstelde ik dat het min of meer wel ohms zou zijn. Dus mijn excuses voor eventuele verwarring.

Wat extra uitleg over niet-lineariteit met nodige grafiekjes (Engelstalig, maar niet zo heel moeilijk of wetenschappelijk): http://www.allaboutcircuits.com/vol_1/chpt_2/6.html

 

 

Opdracht 8 –forumdiscussies in het onderwijs

In H7 van Jonassen staat beschreven waarom forumdiscussies een krachtig middel kunnen zijn om het leren te bevorderen. Je vindt daar ook een aantal aanbevelingen om forumdiscussies op een effectieve manier in het onderwijs in te zetten.

  1. Lees H7 van Jonassen.
  2. b. Lees de forumdiscussie in bijlage 2 en gebruik H7 van Jonassen om de onderstaande vragen te beantwoorden.

1.       Lees de forumdiscussie in bijlage 2.

2.       Welke reactie vind je het meest nuttig voor de probleeminbrenger?
Onderbouw je antwoord met behulp van het boek.

Kazet heeft de beste reactie omdat hij direct antwoord geeft op de vraag van de probleeminbrenger en geen onnodige informatie plaatst.

 

3.       Welke reactie vind je het minst nuttig voor de probleeminbrenger?
Onderbouw je antwoord m.b.v. het boek.

Illussion heeft de minst nuttige inbreng door te reageren op het antwoord van Kazet, dit maakt het antwoord alleen maar onoverzichtelijker en is niet bruikbaar voor de probleeminbrenger.

Hij had beter zijn oude post kunnen verwijderen.

 

 

4.       De discussie is niet gevoerd tussen klasgenoten. Daardoor komen potentiële problemen met forumdiscussies scherper naar boven. Er is ook geen moderator aanwezig om de discussie bij te sturen. Stel jij bent de moderator. Schrijf een interventie voor een specifieke plaats in de discussie. De interventie moet bedoeld zijn om de deelnemers elkaar beter te laten helpen. Je schrijft dus niet over de inhoud van het probleem, maar over het proces van samenwerking.

De poster (met name Illusion) moeten bij het probleem van de probleeminbrenger blijven en niet over gaan op andere discussies veroozaakt door reactie op de antwoord posts. Blijf ook op het niveau van de probleemsteller!

 

  1. Zet op sharepoint een forumdiscussie op voor je eigen groepje. De discussie moet gaan over een onderwerp uit de cursus. Iedere deelnemer schrijft minstens twee bijdragen en er is een moderator gekozen. Als de discussie ten einde is, analyseren jullie het geheel. Je beschrijft dan op je blog in hoeverre de discussie voldoet aan de aanbevelingen van Jonassen.

 

 

  1. Lees bij minimaal drie andere studenten (niet van jouw groepje) de post van deze opdracht en laat een reactie achter.

 

Commentaar.

december 2, 2008

Ik zal mijn commentaar op de opdrachten steeds plaatsen bij: Bram, Paco en Sharon.

Opdracht 6.

december 2, 2008

 

 

1: De informatie is gegeven door de vereniging no blame Nederland dit doen ze om het product kenbaar te maken en te verkopen.

 

2: ja ze hebben ervaring in het veldgebied

 

3: ja de site word gepubliceerd door de organisatie overzee-borstlap en die kennen wij niet.

 

4: de organisatie wil het verkopen.

 

5: ze zijn niet verbonden aan een regionale organisatie

 

6: er word matig aangegeven of de site is geüpdate alleen in jaartallen. De copyright is gedateerd aan 2007

 

7: nee er is geen goede bronnenlijst

 

8: zodoende niet aanwezig kan ik hier niet op refereren

 

9: je kunt hooguit de scholen mailen.

 

B:

De vraag die mij het meeste heeft opgeleverd is vraag 1, dit omdat deze vraag de intentie van de site bloodlegt.

 

C

 De vraag die mij het minste heeft opgeleverd is vraag 3, het maakt mij niet uit wie de site beheerd zolang de info correct is.

 

D

Vraag 7 is voor leerlingen het belangrijkst omdat ze zelf een bronvermelding moeten maken.

 

E

 Via een rubric een keer een opdracht maken waarbij de ze site moeten beoordelen op betrouwbaarheid.

Een BIT verslag bevat de volgende onderdelen:

-          begrijpen:

o        Is de strekking van wat je leest jou duidelijk?

o        Is de argumentatie helder en juist?

o        Welke vragen heb je n.a.v. de strekking en argumentatie?

-          integreren:

o        Hoe past wat je hebt gelezen bij jouw eigen ervaringen?

o        Heb je voorbeelden of tegenvoorbeelden bij wat je hebt gelezen?

o        Welke verbanden zie je met andere onderwerpen of theorieën?

o        Wat spreekt je wel/niet aan en wat vind je wel/niet belangrijk?

-          toepassen:

o        Welke mogelijkheden zie je om wat je hebt gelezen toe te passen in je eigen onderwijspraktijk?

Welke concrete voornemens maak je hierbij?

Begrijpen:

Op de meeste huidige scholen wordt de leerlingen geleerd hoe ze een toets moet maken, doordat en de docent ze verteld wat ze voor die toets moeten weten. Echter leert de leerling hier weinig van, doordat hij niet actief met de stof bezig is. Bovendien wordt de moeilijkheids graad van deze toetsen aangepast aan de resultaten van de school, zodat de leerlingen een goede resultaten behalen ten opzichte van andere scholen. Om ervoor te zorgen dat de leerlingen wel iets leren van de leerstof is het nodig dat zij actief met de stof aan de slag gaan. Ze moeten taken krijgen die ervoor zorgen dat ze actief, constructief, samenwerkend, authentiek en moedwillig gaan leren.

De moderne technology kan helpen om de leerlingen actief met de stof aan de gang te laten gaan. Echter werd deze stof in eertse instantie op de zelfde ouderwetse en verkeerde manier gebracht. Er werd te leren stof door de docent geplaatst die dan door de leerlingen geleerd kon worden. Later werd ingezien dat de computer ook als een productief gereedschap gezien kon worden. Waarop de leerlingen zelf producten konden maken over de lesstof, echter zorgde de komst van het internet ervoor dat de leeringen gingen reproduceren van anderen, in plaats van zelf iets te produceren waarbij er actief geleerd wordt. De computer kan beter gebruikt worden om uit te werken wat de leerling al weet in plaats van wat de leerling aan informatie krijgt van andere bronnen.

Als computers moeten gaan helpen bij een meningvol leerproces dan zal deze moeten veranderen van een één richtings informatiebron in een leer partner. Dit kunnen activiteiten zijn die ervoor zorgen dat leerlingen actief, constructief, samenwerkend, authentiek en moedwillig gaan leren. De computers moeten dienen als een intelectueel gereedschap waarmee de leerlingen een persoonlijke interpretatie en representatie van de wereld kan krijgen. De computer moet ervoor zorgen dat de leerling echt zelf over dingen gaat nadenken, en niet de leerstof gaat reproduceren.

Intergreren:

Wat er in hoofdstuk 1 staat is naar mijn mening slechts gedeeltelijk waar. Het is belangrijk dat leerling zelf over dingen nadenken en een mening vormen. Echter is er ook zeer veel lesstof die als bergip gellerd dient te worden en dus alleen maar gerepoduceerd deint te worden. Als dit niet gebeurt zal er veel oude maar nuttige kennis verloren gaan. Bij biologie kunnen bijde methode gebruikt worden. Een leerling zal uit zijn hoofd moeten leren hoe de fotosythese werkt, echter kan de technology deze leerling wel helpen om de fotosynthese te begrijpen. Bij het thema milieu kan er voor gekozen worden om computers te gebruiken om de leerling te helpen een eigen mening te laten vormen.

Toepassen:

Op dit moment zie ik geen concrete voornemens om technolgy te gebruiken bij mijn lessen. Dit zal automatisch geburen als ik met een onderwerp aan de slag ga, bijvoorbeeld bij het thema mileu. Als dit tijdens dit blok voorkomt zal ik dat op deze blog posten.

Kreidler.

Mijn digitale foodprint (sorry, filmpje loopt veel te lang door).